Te veel


“Mevrouw, goed dat ik u tref! Mag ik u iets vragen?” Terwijl ik bedenk dat ik me het loopje naar de voordeur had kunnen besparen steekt  de jongen z’n verhaal al af. Ik hoor nog net “Wij zijn bezig met een recordpoging.” Daarna ben ik vooral bezig met het verzinnen van een goed excuus om zo snel mogelijk de voordeur weer dicht te kunnen doen. 

Ik zou kunnen gaan voor het botte “Geen interesse, tot ziens!” Dat lijkt  me wat hard en tenslotte is de jongen, net als ik tot de deurbel ging, aan het werk. Al moet hij dat bij 36 graden buiten doen en zit ik fijn koel binnen. Hij ziet er niet zo goed uit. Z’n shirt is verwassen, het is hoog tijd voor een broek zonder vlekken en zijn gezicht is witter dan mijn twee melkflessen. Alsof hij mijn gedachten kan raden, zegt hij “Ik ben net een paar dagen ziek geweest, maar ik sta hier toch maar mooi weer voor de kinderen!” Alleen het klopje op de eigen schouder ontbreekt.

“U kunt dus minimaal 7,50 geven, maar u mag natuurlijk ook meer geven hoor mevrouw, al denk ik niet dat u zomaar 20 euro gaat geven hoor, maar de kinderen zijn blij met alles! We werken niet meer met contant geld, dat is niet veilig. Begrijpt u?” De jongen is nog steeds in een onverstoorbare sneltreinvaart z’n verhaal aan het afsteken. En of ik het nou begrijp of niet, er komt geen einde aan. “Als u nou hier”, hij zwaait met z’n iPad, “uw gegevens invult mevrouw,  is het zo geregeld. En opzeggen is zo gebeurd, een mailtje is genoeg. U zit er dus niet aan vast, zeker niet!”

“Opzeggen, dan zit ik er dus wel degelijk aan vast?” weet ik uit te brengen. De jongen tegenover me heeft dat al vaker gehoord. Hij houdt z’n linkerpols omhoog en pakt die met een grote zwaai met z’n rechterhand vast. Deze student is gemaakt voor het theater, denk ik.  “Dit mevrouw, dit is vastzitten!”

Het wintermens in mij heeft het niet makkelijk bij temperaturen boven de 25 graden. Combineer dat met een gezonde dosis PMS en dit soort irritante uitspraken. Dan wordt het wat uitdagend om bij mij in de buurt te zijn. Blijkbaar weet ik het goed te verbloemen, de collectant weet van geen ophouden. Als ik zeg dat ik een mailtje een stap te veel vind en hem veel succes en een fijne dag wil gaan wensen, rolt hij met z’n ogen en zegt: “Mevrouw, echt waar? Wat is nou te veel in de strijd tegen kindersterfte?”

Mijn hartslag lijkt zich te verplaatsen naar m’n keel, ik merk dat ik m’n voeten wat steviger op de deurmat zet en dat m’n onderlip trilt van woede. Leren ze je dit in de opleiding tot salestijger? Ik pak de deurknop vast, zeg “Ik ga nu weer aan het werk. Veel succes verder en een fijne dag!” en sla de deur dicht.

Voor er doden vallen.

 

 

 

Photo by Andre Hunter on Unsplash

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *