Parisienne

Sommige vrouwen vinden het heerlijk, andere vrouwen zien het als noodzakelijk kwaad. Ik behoor tot die laatste groep. Al is het, als je jezelf er eenmaal toe gezet hebt en die bos touw op je hoofd echt niet meer kan, meestal best gezellig. Het ritueel is iedere keer hetzelfde: ik vertel de kapster in kwestie over wat ik allemaal al heb geprobeerd ‘Kersenrood was binnen twee weken framboosroze!’ en slurp van de vieze automaatcappucino. Ondertussen probeer ik niet in de spiegel te kijken. Uitgeslapen of niet, vol in de plamuur of met alleen mascara: m’n spiegelbeeld bij de kapper is nooit om vrolijk van te worden.

‘Kijk, zo wil ik het’, laat ik de kapster op m’n telefoon zien. Op het scherm een Parisienne. Zo een die er zonder moeite perfect uitziet. Niet heel stiekem zou ik ook zo willen zijn. Witte blouse, goeie spijkerbroek, ballerina’s, rode lipstick en klaar. Rode lipstick kan ik best. Als ik de rest van de dag stil kan blijven zitten en niks hoef te doen. Na de eerste kop koffie van de dag zit er steeds weer meer lipstick op m’n kopje en de rest van mijn gezicht dan op m’n lippen. Om het over de witte blouse in combinatie met mijn aangeboren onhandigheid nog maar niet te hebben.

Ook het Frans zou een uitdaging kunnen worden. Nog steeds kan m’n moeder uiterst gedetailleerd uit de doeken doen hoe haar mavo-Frans nuttiger bleek dan mijn vwo-Frans-1. ‘Handig hoor, kunnen lezen en luisteren, maar die moeder van je heeft met d’r “une brune chien” toch maar mooi de hond van een Frans asiel weten te redden’. Daar heeft ze gelijk in. Waarover ongetwijfeld later nog eens meer. Die twee keer dat ik in Frankrijk was verstond ik inderdaad aardig wat. Ik kon alleen geen zinnig woord uitbrengen.

‘Vind je het wat?’ vraagt de kapster terwijl ze de spiegel achter m’n hoofd houdt. Helemaal goed, zeg ik tegen haar. Très bien, denk ik erachteraan.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *