Vanzelfsprekend

Wanneer ik het precies ontdekte weet het niet eens meer. Dat het een memorabel moment was, dat is zeker. Jarenlang keek ik er waarschijnlijk wekelijks naar en nooit had ik ’t door. De avonturen en wijsheden van de jolige teddybeer Winnie de Poeh hadden me al die tijd weten af te leiden van de fantastische woordspeling. Dat Iejoor een onomatopee is, had ik heus wel begrepen. Maar nog nooit heb ik aan iemand durven vragen: “Had jij als kind wél door dat Kanga en Roe samen Kangaroe zijn?” “Vanzelfsprekend” verder lezen

Op kamers

De witte Mini Cooper draait de hoek om, remt af en stopt aan de linkerkant van de weg. Net als ik me afvraag waarom iemand op die plek zou stoppen gaat het raampje van de auto open. Een vrouw van een jaar of vijfenveertig kijkt me vragend aan: “Hallo mevrouw! Onze zoon gaat hier op kamers wonen en we,” ze wijst naar de man naast haar, “zijn op zoek naar een cafetaria.”  “Op kamers” verder lezen

Verandering van spijs

Voor je het weet, sluipt het erin. Het is nog net niet woensdag gehaktdag en vrijdag visdag, maar na twee jaar samenwonen ontwikkel je hoe dan ook wat gewoontes met elkaar. En eten we inmiddels bijna elke twee weken een keer Mexicaanse wraps, zelfgemaakte goulash en pasta met gehaktballetjes, roomsaus en broccoli. Mijn voorliefde voor slagroom, crème fraîche, kaas en sausjes vaart er wel bij, mijn figuur iets minder. Tijd voor iets anders.  “Verandering van spijs” verder lezen

Een gegeven rompertje

Op vakantie lijkt het allemaal leuk. En voor je het weet, kom je thuis met een Poolse bloemensjaal en de lokale mascotte van Krakau in knuffelvorm. Om de keukenset uit het meest toeristische bergdorp van heel het land niet te vergeten. Hoe handig is een set van pollepel, snijplank en vleeshamer! Uiteraard voorzien van de plaatsnaam, ingebrand in het hout. Voor de momenten waarop je tijdens het koken dreigt te vergeten waar je je vakantie hebt doorgebracht.  “Een gegeven rompertje” verder lezen

Eureka

Het is niet dat ik het niet leuk vind als mensen het tegen me zeggen. Maar soms is het gewoon niet waar. Dan ben ik helemaal geen doorzetter. Dan ben ik lui. Omdat ik het nut ergens niet van inzie, of prima zonder kan.

“Geniet van jullie woning,” zegt de vrouw van het verhuurbedrijf en loopt naar haar auto. We zijn blij dat ze weg is. Nu kunnen we eindelijk samen in ons nieuwe huis rondkijken. Niet alleen om al onze spullen een plekje te geven, maar ook om alles uit te proberen.  “Eureka” verder lezen

Nare nasmaak

Ik snap het wel. Dat je gek bent op een land als Frankrijk of Spanje begrijpen de meeste mensen wel. Dat je houdt van alle dingen Duits, dat begrijpen maar weinig mensen.

Zo had ik bij een van m’n studentenbaantjes in een restaurant eens een collega die net terug uit India was en de hele wereld al had gezien, maar zich niet kon voorstellen wat er mooi is aan ons buurland: “Nee echt Simone, er is niks mooi aan Duitsland.” Hoofdschuddend ging Annemiek verder met het snijden van tomaten voor de salades van die avond. Ik ging stil verder met het vullen van bakjes met kruidenboter, niet wetende wat ik zou moeten zeggen. Ik kan me vooral niet voorstellen dat je met je backpack op je rug door India trekt en daar niet van hebt geleerd dat je respect voor de mening van anderen zou moeten hebben. Helaas komt dat inzicht nu pas. Zes jaar te laat. Annemiek is vast niet meer in Nederland om dit van me te horen.  “Nare nasmaak” verder lezen

Jerommeke

Uit de grote rugzak steekt een stok en iets dat op een springtouw lijkt. Samen met de gespierde kuiten en het Personal Trainer op de achterkant van z’n T-shirt wordt me al snel duidelijk dat er een fanatiek sporter voor me loopt. De naam van z’n onderneming en het telefoonnummer kan ik niet lezen. Daar doe ik ook geen moeite voor. Sportiever dan een incidentele yogaklas en wat hardlopen tijdens de zomervakantie ga je mij niet krijgen, zelfs niet als je er als Jerommeke uitziet.

Hij slingert wat heen en weer met de ronde gewichten in z’n rechterhand. Losjes, alsof ze niks wegen, terwijl z’n biceps bijna uit het shirt knapt. “Hoe heten die dingen ook alweer,” vraag ik me af. Iets als Cattle schiet me te binnen. Daarbij denk ik aan schapen drijven in Engeland. Aan regenachtige zomervakanties die opgeleukt werden met semigedwongen -alsof je wat te zeggen hebt als je tien bent- bezoekjes aan Britse markten en braderieën. En aan scones en thee met melk.

De personal trainer zie ik al niet meer, mijn gedachten zijn bij scones. Bij thee met melk. “Hee! Zou het ‘Kettle’ zijn?” Het gewicht heeft wel wat weg van een fluitketel bedenk ik me. Zo een voor veel thee. Voor bij de scones. Veel scones, met slagroom én jam.

Als ik in de trein zit, lees ik dat de gewichten ‘Kettlebells’ heten. En in Rusland door de geheime dienst worden gebruikt. Heel even houdt dat m’n aandacht vast. Dan zie ik weer een fluitketel voor me. Met daarbij stapels scones met slagroom en jam.

En zou ik willen dat ik wat beter had gekeken naar het telefoonnummer.

Routine

Boodschappen doen in het buitenland is niet eenvoudig. De supermarkt vinden kan al een opgave op zich zijn, maar dan begint de eigenlijke uitdaging pas. Want hoe weet je nou wat er in al die pakjes, blikjes en zakjes zit? De plaatjes op de verpakking helpen ook niet altijd veel. Ik begrijp immers ook wel dat de blije grazende koe niet in het pakje kaas zit. Ik zoek naar Nederlands, Duits of Engels op het pakje, kan niks vinden en gooi het op goed geluk in mijn karretje. Afgaande op de roestbruine kleur van de verpakking gok ik op oude kaas.

Ik hoor dat de Nederlandse familie achter me eerder deze week dezelfde tactiek heeft gehanteerd. Terwijl haar broertje door de Tsjechische supermarkt drentelt, kijkt Marleen van een jaar of vier naar wat haar moeder allemaal in het karretje legt. Veel kan haar goedkeuring wegdragen, ik hoor een aantal keer “die was lekker mama!” en “ja die!” Ik leg dezelfde bosbessenyoghurt als eerder deze week in het karretje en zie vanuit mijn ooghoek de moeder van Marleen met diezelfde routine een pakje kaas pakken.

Als het aan Marleen ligt, komt die kaas alleen echt niet in het karretje terecht: “Niet diezelfde taaie kaas als gisteren hoor mama, die was echt vies!” Nog voordat haar moeder iets zegt, ziet Marleen al dat ze dat misschien beter niet had kunnen zeggen en hoor ik zachtjes: “Geeft niet mama, kon jij ook niet weten. We proberen wel een andere.”

Nog niet

Als ik na anderhalf uur in een warme trein eindelijk in Eindhoven ben en naar huis fiets, wil ik zo snel mogelijk thuis zijn. Voor me fietst een chique oude dame. Het haar in een perfecte knot boven op haar hoofd, van die net niet hoge hakken waar alleen oma’s mee wegkomen en een net zo net niet hippe jurk die desalniettemin perfect is voor haar hoge leeftijd.

Ze heeft net als ik moeite met de kleine helling. Als ik zie dat ze puffend doortrapt, voel ik me een beetje onbeschoft als ik haar inhaal. Dat lijkt me voor haar zo confronterend, dat je merkt dat je niet meer helemaal meekomt.

“Dat inhalen had je ook niet hoeven doen, je staat nu toch stil,” spreek ik mezelf dan ook bij het rode licht toe. Met het onaangename gevoel van jezelf terugvinden op de motorkap van een auto nog in gedachten fiets ik namelijk niet meer door rood.

“Komt niks aan mèske,” zegt de oude dame met een lach, terwijl ze me voorbij trapt en het kruispunt oversteekt.

Zij weet waarschijnlijk al jaren dat je hier, met de kermis honderd meter verderop, een week lang zonder gevaar voor eigen leven door rood kunt fietsen. Het is best confronterend om te merken dat ik nog niet helemaal meekom.

Dag stress

De deur uit als het regent? Liever niet. Als het om iets sportiefs gaat al helemaal niet. Ik ben een mooiweersporter. En een bergafwandelaar. Bergop zorgt haast nooit voor een stijgende lijn in m’n gemoedstoestand. Ik mag graag geloven dat ik zonder enige hoogtewisseling aangenaam gezelschap ben. Tot er geklommen moet worden. Dan wordt de bootwerker in mij wakker en blijk ik te beschikken over een indrukwekkend scala aan scheldwoorden.

Durfde ik als kind tijdens de vele Alpenwandelingen geen onvertogend woord te zeggen -en zei ik dus vaak maar niks-, tegenwoordig betrap ik mezelf bergop regelmatig op vloeken en schelden.  “Dag stress” verder lezen