Een gegeven rompertje

Op vakantie lijkt het allemaal leuk. En voor je het weet, kom je thuis met een Poolse bloemensjaal en de lokale mascotte van Krakau in knuffelvorm. Om de keukenset uit het meest toeristische bergdorp van heel het land niet te vergeten. Hoe handig is een set van pollepel, snijplank en vleeshamer! Uiteraard voorzien van de plaatsnaam, ingebrand in het hout. Voor de momenten waarop je tijdens het koken dreigt te vergeten waar je je vakantie hebt doorgebracht. 

De meeste souvenirs zijn behalve volslagen nutteloos ook nog eens spuuglelijk. En overal hetzelfde. Heel even leek het me leuk om een verzameling te beginnen. Een vitrine vol met plastic bollen met schudsneeuw en de plaatselijke trekpleister, dat is toch leuk? Ik heb er twee. Eentje met de Brandenburger Tor. In de ander staat vast iets idyllisch Duits. Ik weet ’t niet eens meer. En waar ze nu samen staan te verstoffen?

In m’n boekenkast vind ik nog een klein stukje van een vlaag van verstandsverbijstering. Of eigenlijk twee stukjes. Van het monster van Loch Ness. Het ding bestond uit een kop met een guitig rood Schots geruit petje, twee stukjes lijf en een staartje. Raakte ik eerder al het staartdeel kwijt, bij m’n laatste opruimactie –ontspullen heet dat nu toch?– ging het monster kopje onder. Nergens meer te vinden.

De regenlaarzen die ik zeven jaar geleden in Oslo kocht waren ook al geen succes. Daar en toen had iedereen ze. En dus kocht ik ze op dag twee ook. Tien dagen in mijn backpack, negen dagen in de tas van m’n toenmalige liefde, zeven jaar in de rommelhoek en een mislukte relatie verder zijn de laarzen vorige week bij de kringloopwinkel beland.

Het is niet dat ik souvenirs niet kan waarderen. Vooral gekregen prullaria is leuk. Zo staat een theeserviesje uit Istanboel in m’n porseleinkast, draag ik bijna dagelijks een sjaal uit Kenia en ligt er een boekenlegger uit Duitsland in het boek dat ik nu lees. “Mooi!”, zal je me in de meeste gevallen niet horen zeggen als je een souvenir voor me meeneemt. Want eerlijk is eerlijk, ze zijn echt bijna altijd spuuglelijk. Maar dat iemand aan je denkt en een glazen theeservies heel uit Istanboel weet te krijgen, daar word ik blij van.

Dus kocht ik geen bloemensjaal voor mezelf, maar een rompertje met Poolse bloemenprint voor m’n nichtje van nog geen jaar oud. Al zou ze ’t ding lelijk vinden, zeggen kan ze dat toch nog niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *