Dex

Minstens drie keer in de week sta ik in de keuken voor je. In de weer met geraspte kaas, brood en blokjes spek. Of met rauwe eieren, pindakaas en komkommer. Minuutje in de magnetron en je bent er een uur zoet mee.

Volgende week ga je al naar de brugklas. De snelste leerling ben je niet. En luisteren doe je nog steeds vooral als je daar zelf zin in hebt.

Je hebt altijd wel zin in op de bank slapen. Of in ontbijtkoek van het aanrecht jatten. Of in languit liggen in de meest vieze modderplas.

Soms zijn we niet de beste vriendjes. Dan zeg ik dingen als ‘Dex, verdomme nou!’, ‘Moest dat echt in de woonkamer?’ of ‘Het is nog geen wandeltijd, even geduld.’ tegen je. Dan kijk je me met je puppy-ogen aan, omdat je weet dat ik dan een beetje smelt en ik niet boos kan blijven.

Meestal zijn we de allerbeste vriendjes. Dan ga je met je volle 25 kilo tegen me aan staan. Ik aai, jij kwispelt. Knuffeltijd noemen we dat. Jij kunt altijd knuffeltijd maken, ik maak er iedere dag tijd voor.

Je sik wordt steeds een beetje grijzer. Al hoor ik tijdens onze wandelingen ook vaak ‘Nog jong zeker hè?’ Dan lach ik maar en leg ik uit dat je heel enthousiast bent.

De kans is groot dat ik ouder word dan jij. Soms denk ik daaraan. Aan hoe snel het gaat. De dag dat je m’n dure zwarte pumps ruïneerde lijkt gisteren, we zijn al vijf jaar verder. Hoe lang kunnen we nog onze dagelijkse knuffelsessie doen? De gedachte aan later is weg als je je vieze stukgekauwde knuffel op m’n schoot legt en ‘Voor jou, omdat ik van je hou!’ lijkt te willen zeggen.

Ik ook van jou, lieve Dex.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *