Routine

Boodschappen doen in het buitenland is niet eenvoudig. De supermarkt vinden kan al een opgave op zich zijn, maar dan begint de eigenlijke uitdaging pas. Want hoe weet je nou wat er in al die pakjes, blikjes en zakjes zit? De plaatjes op de verpakking helpen ook niet altijd veel. Ik begrijp immers ook wel dat de blije grazende koe niet in het pakje kaas zit. Ik zoek naar Nederlands, Duits of Engels op het pakje, kan niks vinden en gooi het op goed geluk in mijn karretje. Afgaande op de roestbruine kleur van de verpakking gok ik op oude kaas.

Ik hoor dat de Nederlandse familie achter me eerder deze week dezelfde tactiek heeft gehanteerd. Terwijl haar broertje door de Tsjechische supermarkt drentelt, kijkt Marleen van een jaar of vier naar wat haar moeder allemaal in het karretje legt. Veel kan haar goedkeuring wegdragen, ik hoor een aantal keer “die was lekker mama!” en “ja die!” Ik leg dezelfde bosbessenyoghurt als eerder deze week in het karretje en zie vanuit mijn ooghoek de moeder van Marleen met diezelfde routine een pakje kaas pakken.

Als het aan Marleen ligt, komt die kaas alleen echt niet in het karretje terecht: “Niet diezelfde taaie kaas als gisteren hoor mama, die was echt vies!” Nog voordat haar moeder iets zegt, ziet Marleen al dat ze dat misschien beter niet had kunnen zeggen en hoor ik zachtjes: “Geeft niet mama, kon jij ook niet weten. We proberen wel een andere.”

Nog niet

Als ik na anderhalf uur in een warme trein eindelijk in Eindhoven ben en naar huis fiets, wil ik zo snel mogelijk thuis zijn. Voor me fietst een chique oude dame. Het haar in een perfecte knot boven op haar hoofd, van die net niet hoge hakken waar alleen oma’s mee wegkomen en een net zo net niet hippe jurk die desalniettemin perfect is voor haar hoge leeftijd.

Ze heeft net als ik moeite met de kleine helling. Als ik zie dat ze puffend doortrapt, voel ik me een beetje onbeschoft als ik haar inhaal. Dat lijkt me voor haar zo confronterend, dat je merkt dat je niet meer helemaal meekomt.

“Dat inhalen had je ook niet hoeven doen, je staat nu toch stil,” spreek ik mezelf dan ook bij het rode licht toe. Met het onaangename gevoel van jezelf terugvinden op de motorkap van een auto nog in gedachten fiets ik namelijk niet meer door rood.

“Komt niks aan mèske,” zegt de oude dame met een lach, terwijl ze me voorbij trapt en het kruispunt oversteekt.

Zij weet waarschijnlijk al jaren dat je hier, met de kermis honderd meter verderop, een week lang zonder gevaar voor eigen leven door rood kunt fietsen. Het is best confronterend om te merken dat ik nog niet helemaal meekom.

Dag stress

De deur uit als het regent? Liever niet. Als het om iets sportiefs gaat al helemaal niet. Ik ben een mooiweersporter. En een bergafwandelaar. Bergop zorgt haast nooit voor een stijgende lijn in m’n gemoedstoestand. Ik mag graag geloven dat ik zonder enige hoogtewisseling aangenaam gezelschap ben. Tot er geklommen moet worden. Dan wordt de bootwerker in mij wakker en blijk ik te beschikken over een indrukwekkend scala aan scheldwoorden.

Durfde ik als kind tijdens de vele Alpenwandelingen geen onvertogend woord te zeggen -en zei ik dus vaak maar niks-, tegenwoordig betrap ik mezelf bergop regelmatig op vloeken en schelden.  “Dag stress” verder lezen

Talent

Niet iedereen in mijn familie is even creatief. Ik mag dat zeggen, ik ben immers een van de familieleden die het gen voor creativiteit niet heeft gekregen. Daar waar mijn zus de mooiste tassen, kussens en breisels maakt, is met mijn handwerkkwaliteiten droevig gesteld.

Het zal ergens op de basisschool zijn geweest. Papa en mama kwamen terug van vakantie in Engeland en brachten een cadeautje voor me mee. Met de lap stof met daarop voorgedrukte jurkjes kon ik mijn barbiepoppen leuk uitdossen. Het was slechts een kwestie van uitknippen en met een paar steekjes vastzetten. Groot was mijn teleurstelling toen bleek dat Britse Barbie slanker en kleiner was dan de mijne. Volgens mij heeft mijn moeder nooit geweten dat ik het niet passen van de jurkjes weet aan mijn ontbrekend knutseltalent.

Toen het een paar jaar geleden weer hip werd om te breien, leek dat mij een goed moment om het ook eens te proberen. Ik zag mijn zus “Kijk Simoon, gewoon een beetje zo, en dan een beetje zo” de mooiste shawls breien. En met breinaalden van het formaat soeplepel zou het mij ook moeten lukken. Als een kind in een speelgoedwinkel liep ik door de Zeeman; veel goedkope wol in allerlei kleuren! Met zes verschillende breinaalden en evenzoveel kleuren wol in mijn handen stond ik bij de kassa al blij te zijn met de aankoop die ik nog niet eens had gedaan.

Twee verhuizingen later zit er een stukje breisel op de naalden wat nog niet eens door kan gaan voor een shawl voor een knuffelbeer, en ligt de tas met wol en het breisel bovenop de kast. Ver uit het zicht. Ik heb namelijk iets nieuws ontdekt: borduren. Dat leek weer eventjes hip te worden. Voor ik het doorhad, bestelde ik twee borduurpakketten.

Ontevreden over mijn talent om een rij kruissteken gelijkmatig te borduren, heb ik beide pakketten al opgeborgen. Grote kruissteken lukte me dus niet, misschien dat kleine kruissteekjes beter zou gaan?

De Action draait op creatieve huisvrouwen en biedt voor iedere knutselaar wat wils. Ook voor de borduurster in mij. “Wat leuk! Een miniserviesje!” Ik deed het kleine borduurpakketje in mijn mandje en zei tegen mezelf dat er voor die 2 euro niets verloren ging als het mislukte. Nog voordat ik ook maar een steek had gemaakt was ik al trots op mijn eigen vlijt: “Kijk schat, ik borduur een theepot en een cupcake voor je moeder!” Na nog geen drie rijen minuscule steken moesten m’n lief en ik toegeven dat de theepot en de cupcake er niet gingen komen.

Ik ga toch eens aan mijn zus vragen of ze interesse heeft in borduren en een tas met wol …

Lijstje

Het woord ‘jus’ is op meerdere manieren te interpreteren heb ik een tijd geleden al geleerd. Toen stond er behalve croissantjes en jam ook jus op het boodschappenlijstje dat ik aan m’n lief gaf. Leek me wel wat voor een lekker zondags ontbijtje. Met een verbaasde blik vroeg ik Erwin bij het uitpakken van de boodschappentas waarom hij twee zakjes jus voor stamppot had meegenomen. “Dat stond toch op het lijstje?” kreeg ik als reactie.

Sindsdien doen we samen boodschappen. Of maak ik duidelijke lijstjes. Voorzien van instructies over aantallen -in coq au vin hoeft geen bos winterpeen-, verpakkingen -ik weet niet eens of AH jalapeños heeft die niet in een glazen potje zitten- en substantie -wat moet ik met een hele gemberwortel?-.

Maar als ik moe ben dan gaat het mis. Gisteravond besloot ik dat we volgende week een recept voor tortillasoep gaan uitproberen. Met een oog gericht op PSV en het andere oog op afwisselend het recept en m’n papier maak ik een boodschappenlijstje. Ik leg m’n lief vast uit dat de jalapeños -die in het glazen potje- ongeveer naast de tortilla’s staan. Tegelijkertijd schrijf ik avocado op en heb ik al zin in de stukjes tortillachips die in de soep gaan.

Onderweg naar huis app ik vandaag of het gelukt is met de boodschappen. M’n lief zegt voorzichtig dat het niet helemaal is gelukt: “Ik kon alleen de avocachips niet vinden schat”. Met het jusvoorval in gedachten vraag ik me af of m’n lijstje niet duidelijk was. Links stonden de ingrediënten voor de soep, rechts de bolognesechips, dat weet ik zeker.

Voordat ik hem beschuldig van gebrekkige leeskwaliteiten vraag ik Erwin: “Wat voor chips??” Als er dan “Avocachips schat, maar ik lees het vast fout” in m’n scherm verschijnt, sta ik op het punt iets bevestigends over brillen en opticiens te zeggen. Dan ontvang ik een foto van het boodschappenlijstje.

Nee zeggen

Ik heb niks besteld en verwacht geen bezoek. De bel gaat nog een keer en ik slof met tegenzin naar de deur. Beneden in de hal staan een man en een vrouw. Hij blijft bij de deur staan, zij komt voorzichtig de trap op. Ze drukt haar bril stevig op haar neus, pakt een stapeltje folders uit haar tasje en zegt met een krakerige stem: “Goedemorgen mevrouw, kent u het geloof al?” Nu zou ik moeten aangeven dat ik geen interesse heb in haar verhaal. In plaats daarvan leg ik haar uit waar ik in geloof. Ik heb m’n zin nog niet afgemaakt of de vrouw onderbreekt me.

Met De Wachttoren al wapperend in haar hand praat ze maar door. Dan houdt ze een briefje met daarop een telefoonnummer voor me: “U kunt ons”, en ze wijst naar haar bejaarde man in de hal, “altijd bellen. We komen ook graag nog eens bij u langs!” Nu zou ik het moeten doen. Zeggen dat dat niet nodig is en ik al jaren overtuigd bloeddonor ben. Gewoon om te kijken wat er gebeurt als ik dat doe. Er gebeurt niks. Ik neem het briefje en De Wachttoren aan, zeg “Dat is vriendelijk van u” en wens de oudjes een fijne dag.  “Nee zeggen” verder lezen

Twee zinnen

Er is niet veel voor nodig om mij af te leiden. Dit keer waren het twee simpele zinnen. De eerste was “De assistentes zijn in gesprek”. Dan zit er niks anders op dan overgeleverd zijn aan “Een ogenblik geduld alstublieft” en een irritant wachtmuziekje. Terwijl ik verwoede pogingen doe het panfluitdeuntje te negeren, denk ik na over het gespreksonderwerp van de twee assistentes van mijn huisarts.  “Twee zinnen” verder lezen

Top vijf

Een echte column schrijven, dat leek me een uitdaging. Hoe doe je dat? De ietwat dwingende ondertitel van de workshop -zo doe je dat!- sprak me wel aan. Als het zo stellig geformuleerd werd, zou ik toch ook wel moeten kunnen leren hoe je een column schrijft?

Nog geen week later zat ik in de Bovenkamer van de lokale bibliotheek. Dat bleek niets anders te zijn dan de ooit muffe maar tegenwoordig fris geverfde en hippe zolder van het gebouw. Om me heen zag ik een enkele huismoeder op zoek naar een nieuwe uitlaatklep, maar vooral zelfverzekerde hippe jongeren. Wat deed ik hier eigenlijk? Met de seconde werd ik onzekerder. Ik kende de bekende Brabantse schrijver die de workshop gaf niet eens!  “Top vijf” verder lezen