Handig en verstandig

“Moet je kijken hoe briljant, je kunt ‘m zelf in elkaar zetten!” Negen stukjes plastic buis die samen een hoepel kunnen worden, het leek me ontzettend handig om mezelf wat actiever te krijgen. Ik zag me al hoepelzwierend voor de tv staan en mikte het pakketje hoepel in m’n mandje. Vriendlief schudde z’n hoofd en wist wat ik nu ook weet: die hoepel gaat linea recta de kast in thuis en komt de kast pas uit als ik stop met mezelf wijsmaken dat ik er ooit iets mee doe. De kast uit voor een enkeltje kringloop.  “Handig en verstandig” verder lezen

Schminkles

Op zoek naar m’n pantoffels vind ik behalve een flinke lading stof ook een paar confettisnippers onder ’t bed. Het duurt even voor ik het weer weet. Dan laat de gedachte aan carnaval me lachen.

“Maandag moet je het zelf doen, dus let goed op!” grap ik terwijl ik de derde dag op rij van Erwin met kohlpotlood en lipliner een piraat probeer te maken. Mijn gekwast en geveeg levert behalve een slap aftreksel van Jack Sparrow veel vragen op: “Wat is dat voor potlood?” en “Wat doe je met die witte doekjes?” Ik leg uit dat ’t oogpotlood zorgt voor de junkielook en dat na meerdere biertjes een veeg lipliner wel iets van gestold bloed wegheeft.

Als ik een paar uur heb geslapen word ik maandagnacht met een “Hoi schatje, ik ben weer thuis” wakker. Ziet er best acceptabel uit, bedenk ik voor ik weer in slaap val. Amper vier uur later gaat de wekker en blijkt hoeveel m’n lief van de schminkles heeft opgestoken.

Ik wrijf de slaap uit m’n ogen en zie een vreemde donkere vlek op de grond. Met een hond die het liefst rotzooi eet en een kat die graag op van alles kauwt, vind je nog wel eens iets raars op de grond. Al chagrijnig omdat er niemand anders is op wie ik het opruimen kan afschuiven, stap ik mijn bed uit en kijk nog eens naar de vlek bij m’n voeten. Wat zou het zijn?

Het antwoord komt van rechtsachter, de meest onverwachte hoek, als Erwin met een stem die 4 dagen feesten verraadt “Liefste, dat is oogpotlood.” zegt.

Vanzelfsprekend

Wanneer ik het precies ontdekte weet het niet eens meer. Dat het een memorabel moment was, dat is zeker. Jarenlang keek ik er waarschijnlijk wekelijks naar en nooit had ik ’t door. De avonturen en wijsheden van de jolige teddybeer Winnie de Poeh hadden me al die tijd weten af te leiden van de fantastische woordspeling. Dat Iejoor een onomatopee is, had ik heus wel begrepen. Maar nog nooit heb ik aan iemand durven vragen: “Had jij als kind wél door dat Kanga en Roe samen Kangaroe zijn?” “Vanzelfsprekend” verder lezen

Op kamers

De witte Mini Cooper draait de hoek om, remt af en stopt aan de linkerkant van de weg. Net als ik me afvraag waarom iemand op die plek zou stoppen gaat het raampje van de auto open. Een vrouw van een jaar of vijfenveertig kijkt me vragend aan: “Hallo mevrouw! Onze zoon gaat hier op kamers wonen en we,” ze wijst naar de man naast haar, “zijn op zoek naar een cafetaria.”  “Op kamers” verder lezen

Verandering van spijs

Voor je het weet, sluipt het erin. Het is nog net niet woensdag gehaktdag en vrijdag visdag, maar na twee jaar samenwonen ontwikkel je hoe dan ook wat gewoontes met elkaar. En eten we inmiddels bijna elke twee weken een keer Mexicaanse wraps, zelfgemaakte goulash en pasta met gehaktballetjes, roomsaus en broccoli. Mijn voorliefde voor slagroom, crème fraîche, kaas en sausjes vaart er wel bij, mijn figuur iets minder. Tijd voor iets anders.  “Verandering van spijs” verder lezen

Een gegeven rompertje

Op vakantie lijkt het allemaal leuk. En voor je het weet, kom je thuis met een Poolse bloemensjaal en de lokale mascotte van Krakau in knuffelvorm. Om de keukenset uit het meest toeristische bergdorp van heel het land niet te vergeten. Hoe handig is een set van pollepel, snijplank en vleeshamer! Uiteraard voorzien van de plaatsnaam, ingebrand in het hout. Voor de momenten waarop je tijdens het koken dreigt te vergeten waar je je vakantie hebt doorgebracht.  “Een gegeven rompertje” verder lezen

Eureka

Het is niet dat ik het niet leuk vind als mensen het tegen me zeggen. Maar soms is het gewoon niet waar. Dan ben ik helemaal geen doorzetter. Dan ben ik lui. Omdat ik het nut ergens niet van inzie, of prima zonder kan.

“Geniet van jullie woning,” zegt de vrouw van het verhuurbedrijf en loopt naar haar auto. We zijn blij dat ze weg is. Nu kunnen we eindelijk samen in ons nieuwe huis rondkijken. Niet alleen om al onze spullen een plekje te geven, maar ook om alles uit te proberen.  “Eureka” verder lezen

Nare nasmaak

Ik snap het wel. Dat je gek bent op een land als Frankrijk of Spanje begrijpen de meeste mensen wel. Dat je houdt van alle dingen Duits, dat begrijpen maar weinig mensen.

Zo had ik bij een van m’n studentenbaantjes in een restaurant eens een collega die net terug uit India was en de hele wereld al had gezien, maar zich niet kon voorstellen wat er mooi is aan ons buurland: “Nee echt Simone, er is niks mooi aan Duitsland.” Hoofdschuddend ging Annemiek verder met het snijden van tomaten voor de salades van die avond. Ik ging stil verder met het vullen van bakjes met kruidenboter, niet wetende wat ik zou moeten zeggen. Ik kan me vooral niet voorstellen dat je met je backpack op je rug door India trekt en daar niet van hebt geleerd dat je respect voor de mening van anderen zou moeten hebben. Helaas komt dat inzicht nu pas. Zes jaar te laat. Annemiek is vast niet meer in Nederland om dit van me te horen.  “Nare nasmaak” verder lezen

Jerommeke

Uit de grote rugzak steekt een stok en iets dat op een springtouw lijkt. Samen met de gespierde kuiten en het Personal Trainer op de achterkant van z’n T-shirt wordt me al snel duidelijk dat er een fanatiek sporter voor me loopt. De naam van z’n onderneming en het telefoonnummer kan ik niet lezen. Daar doe ik ook geen moeite voor. Sportiever dan een incidentele yogaklas en wat hardlopen tijdens de zomervakantie ga je mij niet krijgen, zelfs niet als je er als Jerommeke uitziet.

Hij slingert wat heen en weer met de ronde gewichten in z’n rechterhand. Losjes, alsof ze niks wegen, terwijl z’n biceps bijna uit het shirt knapt. “Hoe heten die dingen ook alweer,” vraag ik me af. Iets als Cattle schiet me te binnen. Daarbij denk ik aan schapen drijven in Engeland. Aan regenachtige zomervakanties die opgeleukt werden met semigedwongen -alsof je wat te zeggen hebt als je tien bent- bezoekjes aan Britse markten en braderieën. En aan scones en thee met melk.

De personal trainer zie ik al niet meer, mijn gedachten zijn bij scones. Bij thee met melk. “Hee! Zou het ‘Kettle’ zijn?” Het gewicht heeft wel wat weg van een fluitketel bedenk ik me. Zo een voor veel thee. Voor bij de scones. Veel scones, met slagroom én jam.

Als ik in de trein zit, lees ik dat de gewichten ‘Kettlebells’ heten. En in Rusland door de geheime dienst worden gebruikt. Heel even houdt dat m’n aandacht vast. Dan zie ik weer een fluitketel voor me. Met daarbij stapels scones met slagroom en jam.

En zou ik willen dat ik wat beter had gekeken naar het telefoonnummer.