#FAN

“Je bent er niet voor opgeleid en toch noem je jezelf schrijver. Is dat niet wat vreemd?” Heel even dacht ik dat ze een grapje maakte. Maar al snel zag ik dat geen spiertje in haar gezicht vertrok en haar uitdrukking serieus bleef. Ik dacht aan de uitdrukking over je hoofd en het maaiveld. Ik wilde stom grijnzen, in een hoekje gaan huilen en een goed antwoord verzinnen. Tegelijkertijd.

Ze heeft gelijk, ik heb geen schrijversopleiding gevolgd. En toch noem ik mezelf schrijver. Dat doe ik nog niet zo lang. Er was een paar jaar peinzen, piekeren en coaching voor nodig om te weten wat ik al wist. Is het eigenlijk gek iets te doen waar je niet voor opgeleid bent? Zijn er mensen opgeleid tot ‘continuous improvement specialist’? Om er maar even eentje uit het straatje van Japke-d. te noemen.

Schrijven kun je niet leren, dat kun je. Nog zo’n mooie. Natuurlijk, denk ik dan. En de tandarts en de bloemist zijn zo geboren zeker? Vertel mensen dat je een schrijversopleiding volgt en ze verwachten dat je iedere zondagmiddag bij de lokale Volksuniversiteit met hobbygenoten keuvelt over het schrijverschap. Wat zou je er anders moeten doen? Talent heb je, of niet.

Natuurlijk moet er iets in je zitten. Noem het talent, noem het liefde, noem het passie. Noem het de wil om te schrijven en het plezier in schrijven. Niet dat schrijven altijd leuk is. Begrijp me niet verkeerd, het is fantastisch. Het is delen, het is een grote creatieve speeltuin. Maar het is ook eng en maakt je soms klein en kwetsbaar. “Stress? Ga jij maar lekker schrijven” is altijd goedbedoeld maar gaat lang niet altijd op.

Ben je een schrijver als je betaald wordt voor al je teksten? Als mensen een mening over jou en je werk hebben? Misschien moet ik dagelijks drie uur schrijven om echt mee te tellen. Of misschien is het belangrijk dat ik met een glas whisky in mijn hand zit te wachten op al dan niet goddelijke schrijfinspiratie. Betaald word ik lang niet altijd, ik ben blij met ieder compliment en schrijf vooral in badjas met een kop koffie in m’n hand. Dus zeg jij het maar.

Niet dat het antwoord me veel kan schelen. Al geef ik heus toe dat ik een vreugdedansje deed toen iemand zei dat ze #fan van m’n werk is. “Dank je wel!” was m’n reactie. Dank je wel voor iedereen die me liet zien dat dit is wie ik ben, dat dit is wat ik kan. Ik heb heus nog veel te leren. Veel te vallen, veel op te staan en veel vreugdedansjes te doen. En potverdikkie wat heb ik daar zin in.

Bell

“Simoon, we zien je poes eigenlijk nooit!”

Ik heb niet alleen een stuiterende labrador in huis, er loopt ook een lieve schildpadkat rond. Liefde op het eerste gezicht was het niet. Je besloot me geen blik waardig te gunnen en bleef op een afstandje zitten toen ik je zes jaar geleden voor het eerst zag. “Komt nog wel” zei m’n lief. Ik had er een hard hoofd in. Zes jaar later is de liefde behoorlijk gegroeid en kom je af en toe bij me op schoot liggen. Dat gaat goed zolang m’n lief niet naast me gaat zitten. Dan verhuis je direct. Op mannenbenen is het gewoon beter liggen.

Ik las ooit in een onderzoek dat je me lomp vindt. Er zijn maar weinig katten die over mensen struikelen, ik struikel wel steeds over jou. Al snap ik ook wel dat je met jouw hangbuikje niet zo hard kunt rennen als ik aankom. Je vindt het vast ook niet leuk dat ik om je lach als je toch eens een stukje rent. Gelukkig versta je me niet en weet je niet dat ik je ‘plofkatje van me’ noem.

Op mijn thuiswerkdagen vechten we altijd een beetje met elkaar. Jij wil op m’n agenda zitten, kopjes tegen m’n pen geven en met m’n muis spelen. Als ik dat gedrag zat ben til ik je van het bureau. Dan spring jij via een verhuisdoos op het kastje naast m’n bureau om uiteindelijk weer op m’n agenda te gaan zitten en te doen alsof er niks aan de hand is. Dat doen we een keer of vier. Dan bijt je in m’n hand, kijk je me boos aan en ga je achter m’n beeldscherm liggen snurken. Inspirerend is anders, schattig is het wel.

Als vriendlief en ik gaan slapen ren jij achter ons aan de trap op. Om vervolgens in het midden van het bed te gaan liggen. Binnen een paar tellen slaap je. Dan zeggen vriendlief en ik maar dag tegen romantiek. Als ik onder de douche wil stappen sta jij vaak al met vier pootjes in de douchebak, op zoek naar een drupje water. En als ik een bos bloemen voor m’n verjaardag krijg steek jij er direct je neus in. Want waarom zou je iets met je speeltjes doen als je ook met een cadeaulintje kunt ravotten?

Lieve Bell, je haren vind ik op ieder kledingstuk, je bent vreselijk humeurig soms en je piept als je snurkt. En toch ben je de allerliefste plofkat.

 

Dex

Minstens drie keer in de week sta ik in de keuken voor je. In de weer met geraspte kaas, brood en blokjes spek. Of met rauwe eieren, pindakaas en komkommer. Minuutje in de magnetron en je bent er een uur zoet mee.

Volgende week ga je al naar de brugklas. De snelste leerling ben je niet. En luisteren doe je nog steeds vooral als je daar zelf zin in hebt.

Je hebt altijd wel zin in op de bank slapen. Of in ontbijtkoek van het aanrecht jatten. Of in languit liggen in de meest vieze modderplas.

Soms zijn we niet de beste vriendjes. Dan zeg ik dingen als ‘Dex, verdomme nou!’, ‘Moest dat echt in de woonkamer?’ of ‘Het is nog geen wandeltijd, even geduld.’ tegen je. Dan kijk je me met je puppy-ogen aan, omdat je weet dat ik dan een beetje smelt en ik niet boos kan blijven.

Meestal zijn we de allerbeste vriendjes. Dan ga je met je volle 25 kilo tegen me aan staan. Ik aai, jij kwispelt. Knuffeltijd noemen we dat. Jij kunt altijd knuffeltijd maken, ik maak er iedere dag tijd voor.

Je sik wordt steeds een beetje grijzer. Al hoor ik tijdens onze wandelingen ook vaak ‘Nog jong zeker hè?’ Dan lach ik maar en leg ik uit dat je heel enthousiast bent.

De kans is groot dat ik ouder word dan jij. Soms denk ik daaraan. Aan hoe snel het gaat. De dag dat je m’n dure zwarte pumps ruïneerde lijkt gisteren, we zijn al vijf jaar verder. Hoe lang kunnen we nog onze dagelijkse knuffelsessie doen? De gedachte aan later is weg als je je vieze stukgekauwde knuffel op m’n schoot legt en ‘Voor jou, omdat ik van je hou!’ lijkt te willen zeggen.

Ik ook van jou, lieve Dex.

Parisienne

Sommige vrouwen vinden het heerlijk, andere vrouwen zien het als noodzakelijk kwaad. Ik behoor tot die laatste groep. Al is het, als je jezelf er eenmaal toe gezet hebt en die bos touw op je hoofd echt niet meer kan, meestal best gezellig. Het ritueel is iedere keer hetzelfde: ik vertel de kapster in kwestie over wat ik allemaal al heb geprobeerd ‘Kersenrood was binnen twee weken framboosroze!’ en slurp van de vieze automaatcappucino. Ondertussen probeer ik niet in de spiegel te kijken. Uitgeslapen of niet, vol in de plamuur of met alleen mascara: m’n spiegelbeeld bij de kapper is nooit om vrolijk van te worden.

‘Kijk, zo wil ik het’, laat ik de kapster op m’n telefoon zien. Op het scherm een Parisienne. Zo een die er zonder moeite perfect uitziet. Niet heel stiekem zou ik ook zo willen zijn. Witte blouse, goeie spijkerbroek, ballerina’s, rode lipstick en klaar. Rode lipstick kan ik best. Als ik de rest van de dag stil kan blijven zitten en niks hoef te doen. Na de eerste kop koffie van de dag zit er steeds weer meer lipstick op m’n kopje en de rest van mijn gezicht dan op m’n lippen. Om het over de witte blouse in combinatie met mijn aangeboren onhandigheid nog maar niet te hebben.

Ook het Frans zou een uitdaging kunnen worden. Nog steeds kan m’n moeder uiterst gedetailleerd uit de doeken doen hoe haar mavo-Frans nuttiger bleek dan mijn vwo-Frans-1. ‘Handig hoor, kunnen lezen en luisteren, maar die moeder van je heeft met d’r “une brune chien” toch maar mooi de hond van een Frans asiel weten te redden’. Daar heeft ze gelijk in. Waarover ongetwijfeld later nog eens meer. Die twee keer dat ik in Frankrijk was verstond ik inderdaad aardig wat. Ik kon alleen geen zinnig woord uitbrengen.

‘Vind je het wat?’ vraagt de kapster terwijl ze de spiegel achter m’n hoofd houdt. Helemaal goed, zeg ik tegen haar. Très bien, denk ik erachteraan.

 

Jij

‘Mag ik iets vragen? Heb jij korting?’ Ik ben nog maar net op een klapstoeltje gaan zitten en ik word al aangesproken. Weer zo’n gehaaide student die met korting met iemand wil meereizen, denk ik terwijl ik ‘nee’ wil zeggen, tot tien tel en dan de vraag toch met ‘ja’ beantwoord.

“Jij” verder lezen

Start je dag met Skyr

Minimaal een meter tachtig, bijzonder stevige bovenbenen en schouders waar Jerommeke u tegen zou zeggen. Het verbaast me niks dat de jongen tegenover me in de coupé een trui draagt met daarop Rugby Nederland. Hij doet me wat aan een Viking denken, inclusief de bos woeste krullen. De Viking begint z’n dag in stijl met een enorme beker Skyr. Al komt Skyr uit IJsland en Vikingen niet. Dacht ik.

“Start je dag met Skyr” verder lezen

Meer voelen

Ze scharrelt wat heen en weer tussen de rekken met ansichtkaarten. Steeds pakt het oude vrouwtje een kaart en kijkt ze er even naar. Om de kaart vervolgens weer in het rek te zetten. Onder haar rode montuur door bekijkt ze iedere kaart goed. Na een paar minuten staat ze met een kaart in iedere hand wat zoekend om zich heen te kijken. Ik zie hoe ze probeert blikken te vangen van de mensen naast haar. Zij ziet dat ik dat zie en spreekt me aan. “Mevrouw, mag ik u iets vragen?” Mijn “Natuurlijk!” beantwoordt ze met “Wat fijn!” en ze laat me de twee kaarten zien.  “Meer voelen” verder lezen

Bobbel

Zo rond 08.15 uur ontdekte ik het, in de intercity Eindhoven-Den Haag. Toen ik opstond merkte ik ineens een bobbel op, net boven m’n linkerknieholte. In een vlaag van opmerkelijk reactievermogen en uitzonderlijke lenigheid wist ik de hipster van een dag eerder tussen “Dames en heren, over enkele minuten arriveren we op Den Haag Centraal” en “Let bij het uitstappen op tussen de ruimte tussen trein en perron” uit m’n spijkerbroek en in m’n tas te krijgen.  “Bobbel” verder lezen

Verwachtingsmanagement

“Voor dertig euro had ik toch echt meer verwacht! Nogal duur voor een beetje in de bubbels zitten en in de zon liggen!” Ik lig heerlijk aan de rand van het zwembad een beetje aan weinig en niks te denken, tot het getetter van de vrouw me uit m’n halve gedachten haalt. Meer mensen kijken in de richting van het bubbelbad. “Mag het wat zachter?” lijken ze te denken. De vrouw ziet het niet en tettert door tegen haar man. Of ze niet doorheeft dat het hele terras, het zwembad en de complete tien rijen met ligstoelen haar kunnen horen, of dat precies dat haar bedoeling is?  “Verwachtingsmanagement” verder lezen

Te veel


“Mevrouw, goed dat ik u tref! Mag ik u iets vragen?” Terwijl ik bedenk dat ik me het loopje naar de voordeur had kunnen besparen steekt  de jongen z’n verhaal al af. Ik hoor nog net “Wij zijn bezig met een recordpoging.” Daarna ben ik vooral bezig met het verzinnen van een goed excuus om zo snel mogelijk de voordeur weer dicht te kunnen doen. 

“Te veel” verder lezen